Licht

licht
© Vera Leimann

18 december 2015

Zo’n twee jaar geleden zat ik op een terras met bewogen stemverheffing af te geven op diegenen in wie ik op dat moment de personificatie van het kwaad in één van de vele door ellende geteisterde uithoeken van de wereld zag. Toen ik klaar was met mijn relaas werd me met een goedbedoeld,  maar voor mij op dat moment nogal onaangenaam voelend,  schouderklopje halfdronken toegemompeld: “maak je toch niet zo druk. Relax!”

Dat was genoeg. Ik barstte in tranen uit en beet terug: “maak je toch niet zo druk? Maak je toch niet zo druk? Jezus, juist omdat NIEMAND zich nog ook maar ergens druk over maakt behalve zijn eigen kleine wereldje verandert er verdomme geen ruk in deze wereld!”
Na de nodige teneergeslagen blikken en pijnlijke stiltes zei iemand: “ja maar, je kunt het zélf toch niet oplossen, wat dáár gebeurt?”
“Daarom juist” snikte ik, zweeg daarna nog een tijdje en ging enigszins verontwaardigd naar huis

Natuurlijk begreep ik, eenmaal thuis, nadat ik wat theelichtjes had aangestoken en mijn kopje troostthee had gedronken dat men niet zat te wachten op mijn relaas. Men was gezellig uitgegaan voor de nodige ontspanning en daar was ik ineens met mijn wereldproblemen. Lekker dan.
Ik probeerde dit voorval met de bijbehorende schuldgevoelens zo snel mogelijk te vergeten.

Maar het liet zich niet vergeten en bleef maar knagen. Elk Facebook bericht dat ik plaatste, over welke oorlog of andere misstanden dan ook, maakte een schuldgevoel in me los. Het gevoel mensen lastig te vallen. Dat gevoel werd nog versterkt doordat mensen telkens maar bleven zeggen dat ze Facebook, Twitter, het nieuws, de krant, weet ik wat, soms tijdelijk uitzetten omdat ze even niet meer tegen “al die ellende” konden. Ik begon dingen te doseren. Bewuster leuke berichtjes, humor en neutrale wetenswaardigheden af te wisselen met ellendige berichten. Om er maar zeker van te zijn dat ik mijn bereik zou blijven behouden.

Vanochtend, toen ik in de zachte armen van mijn doodzieke vriend wakker lag te worden, daagde me iets. Hier lag hij vredig en in goede doen, want hij was weer bijgekomen van de laatste behandeling en had nog eventjes voordat hij de volgende moest ondergaan. Met zijn angsten, zijn gekwelde lijf, zijn onzekere toekomst gaf hij mij één van zijn mooiste glimlachen terwijl ik bezig was mijn inzicht van die ochtend uit de doeken te doen.

Toch voelde ik me deze keer niet schuldig dat ik zo tegen hem aanpraatte. Ik wist immers dat hij inmiddels kon weten wat hij aan me heeft, dat ik álles wat ik maar kán doen om het makkelijker voor hem te maken ook zál doen, ondanks het feit dat mijn hoofd ook druk is met andere dingen ver weg van hier. Dat het feit dat ik over werelddingen raas niet betekent dat ik hém niet zie. Dat ik de kleine dingen in het leven waardeer en de mooie dingen in deze wereld nét zo waarneem als ik alle ellende kan zien. Mooie dingen die me sterken en nieuwe energie geven om de minder mooie dingen aan te kunnen.
En tóch wilde ik me verantwoorden, omdat hij ondanks zijn eigen harde werkelijkheid naar mijn ver-weg dingen luisterde en ik de behoefte had hem te vertellen waaróm ik het zo waardeer dat hij luistert, zéker in zijn situatie, wat me nog meer van hem doet houden dan ik al deed.

Ik vertelde hem dus waaróm die episode op dat terras me niet losliet.
Ik kán niet wegkijken en ik kán het niet laten om anderen proberen ertoe te bewegen óók niet weg te kijken. Ik realiseer me dat ik zo goed als niets doe om het lijden van anderen in deze wereld te stoppen. Ik voel me daar dagelijks schuldig, machteloos, egoïstisch door. Maar is dat een reden om dan maar mijn ogen te sluiten en het los te laten? Nee.

Misschien is het wel nódig dat we uiteindelijk door te blíjven zíen wat er gebeurt zó gefrustreerd en boos en verongelijkt worden dat we niet anders kúnnen dan in actie te komen. Revoluties gebeuren dáár waar mensen eenvoudigweg niet de luxe hebben om wég te kijken. Waar ze dagelijks met de neus op zulke keiharde feiten worden gedrukt dat ze niet anders kúnnen dan actief in opstand te komen.

Wegkijken voelt voor mij als een vorm van verraad. Alsof ik me omdraai als ik iemand zie verdrinken omdat ik hem om welke reden dan ook tóch niet kan helpen en het daarom ook maar laat om te roepen dat iemand uit het water gevist moet worden. Als ik wegkijk erkén ik niet eens dat de drenkeling aan het verdrinken is. Niet wegkijken is tóch het aller, allerminste dat ik kan geven? Erkenning door het openbaren van andermans leed?

Waar onze kerstlichtjes vredig branden, brandt het elders in de wereld anders. Naast jouw en mijn voordeur, maar ook verder weg. Dat willen blijven zien, de werkelijkheid van andermans leven bewust blijven zien, met de nodige emoties, dat is het kleinste cadeau dat je je medemens kunt geven. Licht. Op álles. Op liefde en dus ook op andermans leed.

RECEPT
Volgt. Ik vond de boodschap belangrijker.

Advertisements

Zonnetje in huis

Zonnetje_in_huis]1 September 2015

De meesten van ons houden van bloemen. We zetten ze in een mooie vaas op één van onze favoriete plekken en genieten van de aanblik. Ze maken ons blij. Bloemen houden van mensen. Die zinsnede is niets anders dan het verwoorden van het feit dat bloemen ons een zonnig, warm, gelukkig gevoel geven en de boel voor ons “opfleuren”.

In een boek dat ik op dit moment aan het lezen ben kwam ik iets interessants tegen. Het is (neurowetenschappelijk) aangetoond dat je hersenen paden aanleggen tussen gebeurtenissen en een daarmee gepaard gevoel.

Het is dus goed mogelijk dat als je in je leven vaker bloemen op begrafenissen hebt gezien dan op vrolijke gebeurtenissen zoals verjaardagen of huwelijken, als je vaker met bloemen in aanraking kwam bij eenzame, verdrietige wandelingen dan tijdens een heerlijke vakantie of een romantisch uitje met zijn tweeën, dat je dan geen bloemen in huis zult halen. Je associatie met bloemen is dan negatief.

Het mooie blijkt te zijn dat je je hersenen kunt trainen om positieve associaties (lees: verbindingen) te versterken of zelfs te maken. Dat is een fysiek proces, er worden daadwerkelijk (extra) fysieke verbindingen in je hersenen gemaakt van het ene naar het andere gebied.

Met andere woorden: als je een overheersend negatieve associatie met bloemen hebt maar jezelf dwingt om de positieve gevoelens die je ook wel een paar keer had iedere keer naar boven te halen, dan versterken je hersenen de verbinding tussen dat positieve gevoel en de gebeurtenis (het zien van bloemen) en wordt de verbinding met het negatieve gevoel steeds zwakker. Uiteindelijk zul je dan automatisch overwegend een blij gevoel hebben bij het zien van bloemen.

Dat is goed gereedschap.
Je kunt daar gebruik van maken. Bepalen welk gevoel gaat overheersen bij een bepaalde gebeurtenis zonder dat je er nog bij na hoeft te denken. Positief denken is zinvol. Niet in de zin dat je ingrijpende gebeurtenissen zomaar wég kunt/moet denken. Maar je kunt wel je leven verrijken door je brein te trainen om nutteloze en soms verlammende negatieve associaties weg te werken.

Het zonnetje in huis halen is goed. Je realiseren dat je het sowieso al in huis hébt is beter.

RECEPT:

Of het nu ontbijt is of toetje. Wat altijd wel lekker is, is een portie Griekse yoghurt met verse bessen, cruesli en eventueel wat extra noten (hier Pecannoten) en blokjes gedroogde kokos, ananas of mango (bij de notenspeciaalzaak). Gedroogde bananenschijven in stukjes zijn daar ook altijd lekker doorheen. En wat hier de slagroom op de kers was, dat waren de gesnipperde pepermuntblaadjes. Érg lekker erbij.

Vensters

vensters
© Vera Leimann

Dit stuk heeft een maand gesudderd. Ik wist wel wat ik wilde zeggen maar niet hóe.
Na mijn scheiding heeft het zo’n drie jaar geduurd voordat ik eindelijk tot mezelf kon komen en in een compleet nieuwe en vreemde wereld mijn draai heb kunnen vinden. Niets was als vanouds, niets was meer vertrouwd. Althans dat dacht ik. Maar ik vergat iets of eigenlijk: ik vergat iemand. Mezelf! Ik was nog steeds dezelfde. Gewoon mijn eigen vertrouwde ik. En áls ik ook maar íets wilde doen aan het verhogen van mijn eigen levenskwaliteit, méér geluksmomenten dan verdriet wilde ervaren, dan moest ik dáár beginnen: bij mezelf.

Het begon ermee dat ik moest gaan begrijpen dat bijna níets mij “overkomt”. Ik zeg “bijna” niets, omdat je sommige dingen niet in de hand hebt. Je kunt er niets doen aan hoe anderen zijn, je kunt er niets aan doen als je ernstig ziek wordt, of anderen in je omgeving dat worden. Met alle consequenties vandien. Net zo kun je er niets aan doen dat onze aardbol geen ideale plek van vrede en harmonie is. Al dat lijden van mens en dier, dat ís er, en dat kun je niet wegdenken, laat staan dat je het op kunt lossen. De mechanismen erachter kun je óók niet wegdenken.

Wat je wél kunt doen is energie sparen. Je eigen rol in deze wereld bedenken (wat wíl ik en wat kán ik) en achterhalen hoeveel energie je nodig hebt om die rol te kunnen vervullen. Als dat betekent dat je af en toe je ogen moet sluiten voor muren en drempels, om op (kleiner) ander gebied wél iets te kunnen beteken, dan is dat wellicht een manier om het te doen. Een kader, een venster bepalen, waardoor je de wereld waarneemt zonder aan diezelfde waarnemingen ten onder te gaan (lees: moedeloos).

Je bent zélf je eigen venster naar de buitenwereld. Niemand anders heeft jouw ogen, jouw oren, jouw historie. Het zijn je zintuigen, je eigen levensbagage en daarmee gepaarde emotionele ladingen die deels bepalen hoe je die wereld ervaart. Als je dat weet, kun je er iets aan doen. Zélf een kleur geven aan je ervaringen.

Een ontzettend klein, onbelangrijk, huiselijk voorbeeld om dat te illustreren: In het begin van onze prille relatie had mijn vriend (met wie ik niet samenwoon, maar die een aantal dagen bij mij is) de gewoonte om na het ontbijt zijn bord, of bakje, gelijk af te wassen als hij klaar was. Ik doe dat zélf ook, altijd. Ik ben enorm visueel ingesteld, rommel verstoort mijn rust. Tegenwoordig laat hij het achter in de gootsteen, onder water, zodat etensresten niet aankoeken. Nu kan ik dat op meerder manieren ervaren. Ik zou kunnen denken: “gut, je wordt lui, onze relatie begint vormen aan te nemen waarin je het als vanzelfsprekend aanneemt dat ik dingen voor je doe (zoals dat bakje straks afwassen). En blijkbaar kan het je niet zoveel schelen dat ik zélf een bepaalde rust ervaar bij het gelijk wegwerken van “rommel” en er niet om malen. Ik zou dus verwijtend kunnen denken. Maar waarom zou ik?
Ik kan het óók ervaren als : “je voelt je inmiddels vertrouwd bij mij dat je dit zonder verder na te denken doet. Je deed dat altijd al, toen je alleen was, en nu dus ook. Je kunt dus gewoon jezelf zijn bij mij, je voelt je inmiddels thuis bij mij.” Wat dan weer het grootste compliment is dat je van iemand kunt krijgen. Vertrouwen. Een thuisgevoel bij mij.

Diezelfde vriend heeft mij een belangrijke les geleerd. Namelijk dat ik, wát ik ook ervaar, zélf inhoud geef. Door mijn eigen manier van denken en ervaren. Mijn eigen venster. Een kribbige opmerking aan jouw adres? Was dat omdat degene jou helemaal zat was of had hij/zij andere dingen aan zijn/haar hoofd? Waaróm ervaar je een opmerking als negatief of positief?

Parkeerplaats voor je neus ingepikt? Was dat omdat de persoon ik kwestie misbruik maakte van het feit dat hij nét even iets dichterbij was en er ogenschijnlijk héél egoïstisch in kon schieten, of omdat hij jou gewoon niet zág en dus niet doorhad dat jij daar ook al stond te wachten?

We weten het vaak eigenlijk niet, het motief van een ander. We kúnnen niet weten wat er in andermans hoofd omgaat, simpelweg omdat we niet diens hoofd op onze nek hébben. En dús hebben we een keuze. Dat is de macht die we hebben. We kunnen wat we ervaren zíen zoals we het zélf willen. Meestal staat de energie die het “achterhalen van een (algemene)  waarheid” kost totaal niet in verhouding tot het gebeuren zélf. Beter om van het positieve uit te gaan in die gevallen.

In het geval van de parkeerplaats kan ik wel gaan vragen of die persoon bewust de plek waar ik op stond te wachten heeft ingepikt of dat hij me niet zag. Waarschijnlijk kom ik erachter dat degene geen van beide redenen had, maar bijvoorbeeld een derde. Gewoon niet nagedacht, bijvoorbeeld. Maakt dat uit? Is het belangrijk om te achterhalen hoe iets precies zat? Nee, het maakt meestal niet uit. Want het is uiteindelijk niet belangrijk voor mijn persoonlijke geluk. En ook niet voor dat van de ander. Het zijn kleine dingen, details, waar eenieder zich wel druk om kan maken, maar waar het, áls de waarheid al aan het licht wil komen, er nog steeds geen enkel belang is bij die waarheidsvinding. Ik wéét wie ik ben en dat ik deug, en de ander staat er net zo in ten opzichte van zichzelf. De manier waarop je iets ervaart zal altijd verschillen van de manier waarop een ander het ervaart. En dus is de kleur die je aan je ervaring wilt geven uiteindelijk je eigen keuze.

Dit stukje heeft lang zitten sudderen, zoals ik al zei. Ik schreef het eerste concept bijna een maand geleden..Ik heb álle tekst meerdere malen weggehaald en opnieuw neergezet  en nóg heb ik het gevoel dat ik niet helemaal heb gezegd wat ik eigenlijk had willen zeggen. Dat zal jullie verder niet boeien, ik geef het slechts aan om te zeggen dat ik dit een lastig dingetje vind. Waarheid, vertrouwen, mate van gekleurdheid van je eigen observaties en wat is “objectiviteit” eigenlijk? Het enige dat ik zeker weet is dit.

Als ik, wat ik ook observeer, door mijn eigen venster zie met de wetenschap dat het slechts mijn eigen venster is dan wéét ik twee dingen. Ten eerste het simpele feit dat hetgeen ik concludeer uit wat ik waarneem niet altijd wáár (als in: algemeen geaccepteerde feiten) hoeft te zijn omdat ik er zélf altijd onwillekeurig een kleur aan zal geven op basis van mijn eigen denkpatronen en ervaringen. Ten tweede dat ik, als ik álles wat ik ervaar zoveel mogelijk vanuit een perspectief van vertrouwen naar mijn medemens kan doen, dat ik er zélf in ieder geval gelukkiger van word. Ik wil graag een venster van vertrouwen. Af en toe zal het me teleurstelling opleveren maar in het grote geheel word ik er gelukkiger van.
Op kleine schaal dan, zo lang er geen sprake is van bedreiging van fundamentele zaken die mijzelf betreffen of anderen met mij. Fundamentele zaken zijn bijvoorbeeld een dak boven je hoofd, genoeg te eten hebben, wéten dat jij en je dierbaren veilig zijn op allerlei manieren en enige ruimte om je leven invulling te kunnen geven zoals je dat zélf wilt. Wat op zich al véél meer is dan menigeen in deze wereld heeft.

Met de “grote” dingen is het anders. Mensen die onze wereld en levenswijze bepalen en daar zeggenschap over hebben, die moet je in de gaten houden. Daar is geen sprake van automatisch vertrouwen, want zíj hebben het voor het zeggen en dienen hun beslissingen over jóuw leven met zorg en aandacht te doen. Ze mogen dus ook kritisch en met een bepaald wantrouwen bekeken worden. Omdat je wéét dat zij door allerlei secundaire motieven gestuurd kunnen worden, net zoals jijzelf, maar daarnaast ook de macht hebben je leven en dat van anderen direct te beïnvloeden. Op kleine schaal kan in mijn energie dus sparen door dingen zo positief mogelijk te beschouwen om op grote schaal wakker te kunnen blijven.

RECEPT:

Zes paprika’s van verschillende kleuren (oogt mooi). Haal de stronkjes uit de paprika’s en schrap met een lepel de zaadlijsten eruit. Snijd een of twee extra paprika’s, een bakje champignons, een grote rode ui en drie teentjes knoflook in stukjes. Bak ui en knoflook glazig, voeg de champignons en de paprika daarna toe en laat een beetje zacht worden, voeg een half blikje gepelde tomaten (gepureerd met staafmixer) eraan toe en laat sudderen. Kruid met zwarte peper, chilipeper, zeezout, verse tijm en fijngesneden lenteui.  Kook een derde van een pakje Farro=oergraan (te verkrijgen bij AH bijvoorbeeld) volgens instructies gaar en meng het vervolgens door de groente. Meng er eventueel nog wat sambal badjak doorheen. Verwarm de oven vóór op 210 graden. Vet een ovenschaal in, zet de paprika’s rechtop erin en vul ze met het farro-groentemengsel. Zet de ovenschaal in het midden van de oven en laat 30-45 min bakken.

Stille wateren

stillle wateren
© Vera Leimann

4 juni 2015

Stille wateren kunnen bedrieglijk zijn. Onder de oppervlakte roert zich vaak heel wat, lagen eeuwenoude modder kunnen opgerakeld worden bij elke beweging en het zicht vertroebelen. De oppervlakte lijkt rustig en transparant maar als je dieper gaat kijken dan zie je ineens iets anders. Als je niet uitkijkt kun je daarin verdwalen of zelfs verstikken. Je moet, ondanks de troebelheid tóch weer helderheid te krijgen, maar dan binnen de omstandigheden. Manoeuvreren mogelijk maken, zoals op een drukke snelweg met zijn eigen gevaren en valkuilen.

In elke relatie, of het nu die met een familielid, je geliefde, je zakenpartner of een vriend(in) is, kan dat volgens mij maar op één manier. We zullen nóóit het hele scala van wat een ander beweegt kunnen begrijpen. We moeten het doen met wat we te zien en horen krijgen;  we kunnen hooguit vragen stellen waarbij we ons moeten realiseren dat antwoorden ook niet altijd gegeven kunnen worden. Vaak begrijpen mensen zichzelf niet eens en begint de vertroebeling dáár al.

De énige manier is dus terug te keren naar de basis. Wát wil IK graag in een specifieke relatie? Wat heb ík nodig om in deze soort relatie goed te kunnen functioneren en me tevreden te voelen?

Op het moment dat relaties (van welke soort dan ook) moeilijk verlopen en je daarover een gesprek wilt hebben met elkaar is voorbereiding dan ook heel belangrijk. Puntsgewijs onder elkaar te zetten wat je zélf graag wílt, zonder even rekening te houden met de vraag of het dan ook realiseerbaar is en je bezig te houden met wat de ánder wil.

Éérst bepalen wat jij zélf wilt is volgens mij bittere noodzaak. Voor alle betrokken partijen. Pas als alle partijen wéten wat zij persoonlijk willen, pas dán kun je met elkaar in gesprek over vraagstukken of het dan ook te realiseren is en hóe je dat dan het beste kunt doen.
Veel mensen durven het niet te hebben (of zelfs na te denken) over wat zij zélf willen. Voelen zich tekortschieten, hebben het gevoel als egoïstisch ervaren te worden. Maar dat is volgens mij onterecht.

Juíst de duidelijkheid, de transparantie (“dit is wat ik wil, dit is hoe ik zélf het beste functioneer en vanuit daar kan ik het meeste voor jou betekenen”) is broodnodig in een succesvolle samenwerking of partnerschap. Weten wat je aan elkaar hebt, weten wat de ander wil.
Samen ga je dan kijken of je genoeg met elkaar gemeen hebt qua wensen om een relatie of samenwerking goed te laten verlopen, de eventuele conflicten kun je dan al vantevoren beter aan zien komen en benoemen. En héél belangrijk: je geeft elkaar de keuze op grond van échte gegevens om eventueel de relatie of samenwerking te verbreken.
In tegenstelling tot wat veel mensen denken geef je juist door helder te blijven over wat je zélf wilt (zonder zomaar de eis te stellen dat de ander daar ook aan moet voldoen, maar wel door aan te geven op wélke punten je écht geen compromissen kunt en wilt sluiten,  en waar dat eventueel wél kan) de ander de vrijheid om te beslissen wat hij/zij ermee doet.

RECEPT:

Dat mogen jullie vandaag een keer zélf verzinnen. Ik heb een eigen lastig gesprek voor te bereiden op de manier zoals ik het hierboven beschreef en dus niet zoveel tijd meer. Doe wat je wilt. Pasta, paddestoelen, room, als je het leuk vindt om daar iets mee te doen, op deze blog ook al gedaan, ga je gang. Variëer maar, voeg maar wat dingetjes toe. Als je iets heel anders wilt maken, ook goed natuurlijk. Dat past wel in dit verhaal. En als je zin hebt, laat maar weten wat je hebt bekokstoofd. Dat vind ik wel leuk.

Zwammen

Zwammen
© Vera Leimann

21 mei 2015

Lydia is 30 jaar oud en dakloos. Haar gezichtje onder de capuchon is nog steeds mooi al kun je wel zien dat het betere tijden heeft gekend. Net zoals ik struinde ze twee dagen geleden op het station rond waar ik haar al vaker was tegengekomen. Deze keer had ze Karel op zijn rollator in haar kielzog en ze liet hem geen moment uit het oog. Ze was geld aan het regelen voor een slaapplek en eten voor hun beiden, Ze sprak mij dan ook aan of ik nog wat kleingeld kon missen. Ik gaf haar wat en vertelde spontaan in één adem door dat ik zélf op zoek was naar mijn fiets die dezelfde dag gestolen was.
Lydia wilde meteen weten hoe die eruit zag, riep na mijn beschrijving Karel toe zijn ogen open te houden en nam me mee naar de achteringang van de daklozenopvang om daar ook even een blik te werpen. “Ja”, zei ze, enigszins beschaamd, terwijl we daarnaartoe liepen, “daar komen ook wel vaak fietsen terecht”.
Eenmaal daar aangekomen vroeg Karel of hij even op Lydia moest wachten zodat wij rustig rond konden kijken. Dat raakte me omdat het zo duidelijk was hoe Lydia zich als  vanzelfsprekend over hem had ontfermd en hoe hij daarop vertrouwde.
We vonden de fiets niet en ik nam afscheid van Lydia nadat we ons nog aan elkaar hadden voorgesteld  Zij ging met Karel verder op pad en drukte me op het hart dat ik altijd naar haar mocht vragen. Ze zei dat ze haar ogen zou openhouden en anderen zou vragen om uit te kijken naar mijn fiets.

Gisteravond kwam ik haar in de stad weer tegen. Deze keer was ze alleen. Ze herkende me meteen en vroeg me of ik mijn fiets had gevonden. Op de vraag van een vriend (met wie ik op dat moment in gesprek was) vertelde ze dat ze zich niet kon veroorloven dat geld gelijk aan drugs uit te geven omdat ze regelmatig werd getest op middelen in haar bloed en bij een negatieve uitslag haar kind niet zou mogen zien. Alleen methadon, dat was toegestaan en dat kreeg ze.  Afkicken van de methadon wilde ze pas als ze zeker wist dat ze ook gelijk een hele periode intern opgenomen kon worden want alleen dan had het zin. Als ze tussendoor weer moest wachten op een interne plek, wist ze zeker dat het niet zou lukken. Ze wilde wel, maar wilde het dan ook gelijk goed doen. En ze wilde niet meer liegen tegen zichzelf en tegen anderen. Ze vroeg tenslotte nog een pleister aan de kroegbaas en ging toen op een bankje zitten om haar stukgelopen voet te verplegen, nadat ze me nog had toegeroepen: “grijs/zwarte Gazelle he? En je mag altijd naar me vragen bij de opvang”.

Zwammen en paddestoelen zijn schimmels. Bij het woord schimmel denken we doorgaans aan een vies blauw/groen/zwart slijmerig goedje, terwijl schimmels dus juist vaak prachtige verschijningsvormen kunnen hebben. Een wijdverspreid misverstand is daarbij dat alle schimmels parasieten zouden zijn. Maar dat is niet zo. Er zijn veel schimmels die in symbiose leven met een plant. Ze nemen bijvoorbeeld mineralen op voor de plant en krijgen suikers daarvoor terug.

Lydia gaf mij iets. Een gevoel van warmte en loyaliteit. Het besef, dat het leven in enorm verschillende werelden niet betekent dat je daarbij niet ook “samen” kunt zijn. En dat was zoveel meer dan die paar Euro’s die ik haar heb gegeven.

De personen in dit stukje bestaan overigens écht. De namen zijn gefingeerd.

RECEPT:

1 bak oesterzwammen, 1 bak Shiitake, 1 bak gemengde paddestoelen, 1 bak krokant gegrilde stukjes (vegetarisch. Tivall), 2 rode uien. Fruit de gesnipperde uien in roomboter, en voeg de schoongepoetste en in stukken gesneden paddestoelen toe. Bestrooi met zwarte peper en zeezout en laat smoren. Voeg dan een pakje Alpro Soya room toe en laat zachtjes sudderen. Bak ondertussen in een andere pan de gegrilde stukjes Tivall in wat olijfolie op en voeg ze daarna aan het paddestoelen room mengsel toe. Lekker met pasta naar keuze en geraspte Grana Padano. Maar vast ook lekker met rijst of aardappelpuree.

Tijd

tijd
© Vera Leimann


8 mei 2015

Nee, ik ga voor de verandering even niet filosoferen. Ik ga even niet benadrukken dat je de tijd moet nemen voor dingen die nu eenmaal moeten. Dat je beter kunt genieten van het moment en zo. Of uitweiden over het belang van nu leven in plaats van wachten op betere tijden.
Want ik hoor jullie wel hoor. Degenen die roepen: “jij hebt mooi praten met je genieten van het koken en boodschappen doen, zien/voelen/ruiken van prachtige ingrediënten, blablabla, maar IK heb gewoon een drukke baan en ook nog eens kids die bij allerlei plekken gebracht en gehaald moeten worden.”

Ik weet het goed gemaakt.

Herinneren jullie bijvoorbeeld die heerlijke dikke zemige groentesoep nog? Die kan ook prima dienst doen als basis voor een pastasaus. Dus als je er ondanks de drukte iets in ziet om een keer even de tijd te nemen doe dat dan op een moment dat het kan. Maak die soep, je hebt dan vast en zeker iets over na het eten of je kunt de hele pan soep voor later gebruik maken. Vries het desnoods in (in handige porties), en gebruik het voor een snelle pastamaaltijd op een later tijdstip. Wel goed laten ontdooien voor gebruik. Gewoon in de ochtend op het aanrecht zetten…..
Bijkomend voordeel is dat je kids niet doorhebben dat ze allemaal “enge” groenten binnen krijgen. Het is gewoon lékker, klaar!

RECEPT: (3-4 personen)

Basis: Ongeveer 1,5 groentesoep (klik hier)

Fruit 2 gesnipperde teentjes knoflook en 1 ui in wat olijfolie. Voeg een pond gehakt (vleessoort naar keuze) toe. Bak het gehakt rul en gaar. Kook ongeveer ¾ pakje Spaghetti al dente. Voeg intussen de groentesoep toe aan het gehakt, totdat alles goed warm is.
Bestrooien met geraspte kaas (Grana Padano).

Groei

Groei
© Vera Leimann

29 april 2015

Voordat een zaadje tot een mooie plant kan uitgroeien moet allereerst de harde, beperkende schil doorbroken worden. Zodat die kiem vol potentie zich volledig kan ontplooien en groeien.
Voor groei is ruimte, maar ook tijd nodig. Wie een goede muzikant wil worden moet veel oefenen. Wie mentaal of fysiek sterker wil worden moet trainen. Er moet genoeg ruimte zijn in je hoofd anders kun je je niet concentreren.  De tijd moet je máken.
Het is allemaal makkelijk gezegd en de één heeft meer tijd over dan de ander, maar als je iets écht wilt, dan vind je wel een oplossing. Hier is alvast een tijdbesparend een makkelijk receptje.

RECEPT:

Verse spinazie pasta gevuld met ricotta met kaas/asperge roomsaus

De pasta heb ik bij de Lidl gekocht maar er zijn vast ook andere supermarkten die iets soortgelijks hebben.
Zet water met zeezout voor de pasta op. Verse pasta hoeft meestal maar heel kort te koken.
Snijd (pakje) groene aspergetips in stukjes van +/- 2 cm. Doe wat olijfolie in een pannetje (liefs anti-aanbak) en voeg de aspergetips toe. Strooi er wat zeezout overheen.  Doe er een klein beetje water bij en laat sudderen (als je van knapperig houdt, niet te lang). Rasp intussen ongeveer 60 gr Grana Padano. Voeg (Soya) room toe aan de aspergetips .  Doe de Pasta in het water en houd de kooktijd op de verpakking aan (meestal zo’n 3 minuten). Roer nu met een garde de geraspte kaas door de saus. Blijven roeren zodat de kaas zich goed vermengt met de (Soya) room, terwijl die opwarmt.
Pasta afgieten en de saus eventueel nog binden met een beetje aardappelzetmeel.

Kabouterleed

© Vera Leimann
© Vera Leimann

25 april 2015

Het leven van een tuinkabouter is zwaar. Je bent aangeschaft om ergens leuk en lollig de tuin op te vrolijken. Je krijgt een plek toegewezen zoals het meubilair binnenshuis.
Braaf doe je wat er van je verwacht wordt. Je verzamelt mos tot je groen ziet, er wordt van alles op je hoofd gedropt door voorbijvliegers en als je pech hebt val je om en moet je wachten totdat iemand je weer opraapt.

Om niet helemaal stijf te worden van dat stilstaan verricht je onzichtbaar wat klusjes, voorzichtig zodat niemand ziet dat je uit je rol bent gevallen. Eer van je werk krijg je niet, als kabouter.

Tja, wat doe je dan als je het helemaal zat bent? Toch maar de stoute slofjes aantrekken en over de schutting klimmen. Je verlaat die groene kooi en trekt de wijde wereld in. Geen puntmutsje op je punthoofd meer. Je zet de pet op die bij je past. Zo!

Aan alle kabouters in deze wereld: klim over die schutting. Je hoeft geen reus te zijn om daarbuiten gezien en gewaardeerd te worden. Het is al voldoende om in beweging te komen en jezelf te durven zijn.

RECEPT: Groenten met jasmijnrijst (2 personen)

Snijd 3 puntpaprika’s en 1 courgette in blokjes. Snipper 3 tenen knoflook en 2 kleine sjalotjes en 2 kleine rode pepers (zonder pitjes) fijn en fruit deze in wat olijfolie. Voeg de groenten toe. Snijd 3 stengels lenteui, twee takjes basilcum, 2 takjes tijm en 1 takje oregano fijn en voeg aan het groentenmengsel toe als deze beetgaar is. Voeg een beetje water toe en laat sudderen.

Kook intussen Thaise jasmijnrijst voor 2 personen volgens de instructies gaar. Als de rijst bijna klaar is: voeg 1 pakje Soya kookroom aan het groentenmengsel toe. Maak af met zeezout en zwarte peper. Eventueel binden met wat aardappelzetmeel.

Dromen

dromen

14 april 2015

Iedereen droomt. In de nacht de meest wonderlijke verhalen en avonturen, overdag van hetgeen men nog wil verwerkelijken. Nachtelijke dromen helpen me soms om zaken helderder te zien. Belevingen van overdag worden soms in een nieuwe vorm gegoten. Ik ben zéker niet zo zweverig dat ik elke droom tot op het bot analyseer omdat er wel een boodschap in MOET zitten, maar soms merk ik dat ik er zomaar een symboliek in zie die me dan aan het denken zet. En nadenken is nooit verkeerd.

Wat de dagdromen betreft, daar ben ik minder vriendjes mee. In zoverre dat ze altijd maar het onbereikbare, het “wat nog moet komen”, het “hunkeren” vertegenwoordigen. “Daar kun je alleen maar van dromen”. “Iemand uit de droom helpen”. “Dromen zijn bedrog”. Vooral nuchter blijven, is de boodschap, blijf nou maar realistisch dan kun je ook niet teleurgesteld worden.

Maar waarom zou je? Waarom niet proberen je dromen waar te maken? Niet morgen, maar NU, op dit moment. Gewoon beginnen? Wat heb je te verliezen? Teleurstelling is een ding dat zéker is, als je straks op je sterfbedje ligt en nooit hebt geprobeerd te doen wat je altijd al had willen doen. Je hóeft niet te slagen. Maar het is wél fijn om te weten dat je hebt geprobeerd, op het moment dat het écht niet meer kán.

Waarom alsmaar het geluk in de toekomst zoeken terwijl je nu kunt beginnen met alvast gelukkig(er) te zijn. Een soort geluksgevoel dat je kunt ervaren omdat je jezelf trouw bent en je “lot” in eigen handen neemt. Daar waar het hoort.

Als je het handelen niet meer uitstelt gaat er een wereld open. Een wisselwerking. Alleen al het feit dat je bezig bent met stappen naar een (droom)doel kan zo’n bevrediging en plezier opleveren dat je dáár alleen al ontzettend veel energie van krijgt. En ja, er zullen tegenslagen zijn, en ja, het zal vaak hard werken zijn, maar om er nog maar eens wat dooddoende spreekwoorden tegenaan te gooien: “niet geschoten is altijd mis” en “wie niet waagt, die niet wint.”

Dus beklim die torenhoge ladder nou maar. En laat je onderweg niet gelijk uit het veld slaan. Zet door. Je zult zien dat het steeds makkelijker wordt. En uiteindelijk, ergens bovenaan, dicht bij je doel, zijn de laatste sprongen ook niet meer zo groot als je ooit dacht…….

RECEPT: (2-4 personen)

Snijd 500 g runderlappen in stukjes, bestrooi met versgemalen zwarte peper, braad ze even rondom ietsje bruin, bak daarbij ook 1 rode ui en twee lenteuien in ringen kort mee. Giet een halve liter paddenstoelenbouillon erop en laat minimaal drie uur zachtjes pruttelen.

Ongeveer een half uur voordat je wilt gaan eten: Borstel de inhoud van een bakje paddenstoelenmix schoon. Was 100 gram sugarsnaps (half pakje) en 100 gram Bimi (half pakje, het is een kruising tussen Broccoli en Chinese kool, te koop bij de AH) schoon. Snijd de paddenstoelen in plakjes en de Bimi in ongeveer 3 cm lange stukken. Laat de sugarsnaps heel.

Verwarm intussen de oven voor op 200 graden.

Doe 450 gram (pakje) aardappelpartjes in de schil op een bakplaat, besprenkel met olijfolie en doe ze in de oven als die op temperatuur is. Doe dan ook de paddenstoelen en groenten bij het rundvlees en laat meesudderen. Voeg daar nog wat versgeknipte tijm aan toe.

Laat de aardappelen 20-25 minuten bakken. Als ze klaar zijn kun je het runderstoofsel nog iets binden met een beetje aardappelzetmeel en er eventueel wat kookroom bijvoegen.