Warmte

warmte
© Vera Leimann

Buiten koud, van binnen warm. Als de zon ons even niet meer voldoende op kan warmen dan moeten wij het zelf doen.

De in 1887 geboren Engelse schrijfster, biografe en dichteres Edith Sitwell zei hierover:

“Winter is the time for comfort, for good food and warmth, for the touch of a friendly hand and for a talk beside the fire: it is the time for home”.

Ik mis de  muziek in deze uitspraak. Misschien omdat muziek pas later in haar leven een werkelijke rol begon te spelen.  In 1923, toen ze allang het strenge, ouderlijk huis was ontvlucht, voerde ze “Facade”op,  een serie abstracte gedichten waarbij het vooral ging om ritme en dictie. Daarbij koos ze blijkbaar voor een nogal grillig decor met begeleidende muziek van de componist William Walton.
Edith was er toen voornamelijk op uit om het publiek en de critici te provoceren.

De in 1949 geboren Japanse schrijver Haruki Murakami heeft een heel andere relatie met muziek. Niet gek, hij is uit een andere tijd. Zijn eerste baan was verkoper in een platenzaak. Daarna runde hij nog jarenlang een Jazz club en is pas in 1979 gaan schrijven.

Over muziek zei hij:

“Music brings a warm glow to my vision, thawing mind and muscle from their endless wintering”.

Deze twee schrijvers vullen elkaar wat mij betreft goed aan in hun samenvattingen hoe we onszelf en elkaar in de koude maanden wat warmte kunnen geven.

Goed eten, een gezellige plek, vriendelijkheid, fijne gesprekken en natuurlijk muziek.

Geniet ervan als het maar even kan!

RECEPT (4-6 personen):

Linzensoep met droge lamsworst

Zet 2,5 liter water op met 2 blokjes kippenbouillon.
Neem een half pak gedroogde blonde (groene) linzen (250 g) en check de linzen op steentjes en andere verontreinigingen. Was ze daarna goed.
Voeg de gewassen linzen toe aan de bouillon.
Schil 400 gr peterseliewortel, snij in kleine stukjes en voeg toe.
Laat dit samen  1,5 uur zachtjes koken (als je de linzen eerst een uurtje hebt laten weken in koud water is 50 minuten voldoende)
Voeg daarna 2 droge lamsworsten in blokjes (of dunne schijfjes) en 1 rode peper in stukjes (zonder pitjes)  toe.
Voeg  2 zoete aardappelen (400 gr) en 2 middelgrote normale aardappelen in blokjes toe, samen met 2 in plakjes gesneden stengels lenteui.
Laat alles nog een half uurtje zachtjes koken.
Eet smakelijk.

Advertisements

Evenwicht

evenwicht
© Vera Leimann

 

18 januari 2016

Als dag en nacht even lang zijn, bij de eerste equinox in het jaar (20 of 21 maart), begint bij ons op het noordelijk halfrond de astronomische lente. De tweede equinox van een jaar vindt plaatst op 22 of 23 september en luidt bij ons de astronomische herfst in.

In het Latijn heet dit aequinoctium wat “gelijke nacht” betekent. Men noemt het ook wel “dag en nachtevening”.

Sommige paganisten vieren de lente equinox als begin van het nieuwe jaar. Het feest is tevens hun eerbetoon aan de vruchtbaarheidsgodin Ostara (Eostre). De haas en het ei zijn vruchtbaarheidssymbolen die met haar geassocieerd worden. Onduidelijk is of ze vroeger ook écht een door heidenen aanbeden godin is geweest.

Maar met of zonder godin, het vieren ervan heeft wel wat. De twee dagen in het jaar dat donker en licht in evenwicht zijn, zijn tevens dagen die het begin zijn van een groter evenwicht, een natuurlijke wetmatigheid. Opbloeien, groeien, energie en levenskracht opslaan in het licht. Rusten en krachten sparen in de donkere dagen. Om daarna weer herboren te worden.

Dat geldt ook voor ons.

RECEPT: (6 à 8 personen)

Groentesoep met gehaktballetjes

Snijd drie paprika’s, 1 courgette en een bakje sugarsnaps in stukjes. Breek een half pak goede (durum tarwe) spaghetti in stukjes en zet apart in een kommetje. Dat is lekkerder dan gewone vermicelli. Maak 1,5 liter paddenstoelenbouillon (blokjes). Neem een ruime pan.

Voeg achtereenvolgens sugarsnaps, paprika’s en courgette toe aan de bouillon als die kookt. Wacht elke keer totdat de bouillon weer kookt, voordat je de volgende groente toevoegt. Na de courgette het vuur UITzetten, deksel op de pan en zo laten staan.

Neem een pond rundergehakt, voeg daar een uitgeperste middelgrote ui, twee teentjes geperste knoflook en een ei aan toe. Zout en versgemalen peper erover en bestrooi het met een laag paneermeel. Meng alles goed door tot een stevig “deeg”. Rol hier kleine soepballetjes van.

Breng ¾ liter bouillon (met 1 blokje) in een apart pannetje aan de kook en gaar daar de balletjes in. Doe dit in meerdere porties en schep de balletjes er telkens met een schuimlepel uit zo gauw ze boven komen drijven. Zet apart in een kom. Doe nu de gebroken spaghetti in de bouillon en kook die gaar. Het vocht zal nu bijna volledig zijn opgenomen. Doe de spaghetti en de gehaktballetjes in de soep en warm alles vóór het opdienen nog een keer goed door. Niet meer laten koken.

 

Thuis

© Vera Leimann
© Vera Leimann

12 maart 2015

Ik ben in mijn leven talloze keren verhuisd. Van land naar land, van plaats naar plaats. Als kind ben je onbevangen en flexibel en maak je al gauw nieuwe vrienden. Je nieuwe kamer is geen vreemde onwennige omgeving maar een mooie kans om je ouders de muren in je favoriete kleur te laten verven en te bedelen om die gave stoel of dat leuke kastje dat je altijd al wilde hebben. Je vindt je draai al snel. Later wordt het lastiger. Het duurt steeds langer voordat je je weer op je plek voelt.
Na de afgelopen verhuizing dacht ik me nooit meer thuis te kunnen voelen. Het was meer dan 23 jaar geleden dat ik voor het laatst alléén had gewoond. Ik voelde me gast binnen mijn eigen vier muren en buiten een vreemdeling.  Een indringer in een wereld die niet mij toebehoorde maar aan al degenen die hier al jaren en jaren hadden gewoond en werkelijk álles leken te weten over elkaar en hun omgeving.

Toen kwam het  besef dat ik het thuisgevoel bij mezelf moest gaan zoeken. Dat ik mijn omgeving met dezelfde onbevangenheid tegemoet moest treden als in mijn vroege jeugd. Dat vereist een andere manier van denken. Niet denken in termen van “het moet nu eenmaal, maak er het beste van, het went wel” maar juist oordeelloos en onbevreesd het mooie zien in het nieuwe om je heen. Een káns zien in plaats van een noodzakelijk kwaad.
Ik begin, als ik de afgelopen maanden zo bekijk, best bedreven te worden in de kunst van het ómdenken.

RECEPT:

Broccolisoep met pasta

Doe twee blokjes bospaddenstoelenbouillon en 2 stangen gesneden bleekselderij met blad  (anders een bosje gesneden bladselderij erbij) in een pan met 1 ruime liter water en breng aan de kook.
Voeg twee middelgrote, in stukken gesneden broccoli toe (gebruik óók de stronken die je even dik moet schillen).
Kook intussen twee kopjes pasta volgens de instructies gaar en giet af (elke kleine pasta is prima, ik heb gnocchetti colorati gebruikt die ik een keer bij de Xenos zag liggen).
Snij zo’n vier stengels lente-ui klein.
Als de broccoli beetgaar is de pan van het vuur nemen en even laten staan. Dan alles in de pan pureren. Voeg daarna de gekookte pasta en de vers gesneden lente-ui toe en roer alles door. Lekker met een beetje vers geraspte Grana Padano of Parmigiano Reggiano.

Eiland

eiland
© Vera Leimann


6 maart 2015

Net zoals iedereen heb ik zo mijn comfort zone waar ik me op mijn gemak voel en tot rust kan komen. Mijn eigen veilige eilandje. Vertrouwd, bekend. Maar ook heel klein. Het liefst zou ik me overál op mijn gemak en veilig willen voelen. Dat kán natuurlijk niet maar ik kan wel op zoek gaan naar andere eilanden of zelfs een héél land.
Om de sprong in het diepe te wagen en te gaan zwemmen is dan best wel eng. Ik weet niet wat ik al zwemmend tegen zal komen. Misschien wel enorme golven en woeste stormen. Die zullen me soms het gevoel geven dat ik ga verdrinken maar zullen me ongetwijfeld ook sterker maken. Wie weet is de nieuwe, vaste grond onder mijn voeten ook wel dichterbij dan ik denk of vind ik onderweg hulp om mij er te brengen. En wie zal zeggen wat ik nog voor moois onderweg tegen zal komen.

Het punt is, zo lang ik niets doe zal ik het ook nooit weten.
Ik zal ik toch éérst mijn eiland moeten verlaten en beginnen met zwemmen.

RECEPT: (6 – 8 personen)

Linzensoep.
Was 500 g gedroogde groene linzen goed en controleer op steentjes. Doe de linzen in een kom en bedek ze met een laag water. Laat een uur wellen (dat is voldoende)
Snij een grote prei, een grote winterwortel en een bosje bladselderij in stukken.
Zet de linzen samen met de groente op in 2,5 liter water (NB, zonder zout of bouillontablet). Als het water kookt, vuur omlaag en zachtjes laten koken.
Schil ondertussen 1 kilo vastkokende aardappels en snij ze in blokjes.
Snij 4 “ringen” Groninger metworst in plakken. Deze geeft straks de kruiding aan de soep.
Voeg de aardappelen en de metworst na 45 min aan de soep toe.
Laat alles nog 45 min zachtjes koken.
Voeg 10 min voor het einde van de kooktijd een kleine dessertlepel citroen kerriepoeder (bijv. Ekoplaza) en een flinke scheut Maggi toe.
Deze soep kan in porties prima ingevroren worden.

Heuvellandschap

Heuvellandschap
Klik op de foto voor grotere afbeelding


26 februari 2015

De dag na mijn eerste bordje geluk ervaring, sta ik ‘s ochtends al bij de koelkast te kijken wat ik op voorraad heb. Er liggen een beetje een slappe maar nog groene broccoli, een courgette en twee winterpenen in de groentela.

De broccoli roept: “bomen!!!” Maar wat dan met de winterpenen en courgette? Heuvels? Ja! Maar er is meer “vegetatie” nodig. Platte peterselie ziet er mooi uit en past prima in groentesoep. En lente-ui, daar kan ik vast ook wel wat mee, met dat mooie frisse groen. Die gaat niet méé de pan in straks want smaakt en ruikt véél te lekker rauw. Die strooi ik er straks zó overheen. Dan heb ik ook gelijk minder zout nodig.

Donderdag is op het plein onder mijn raam altijd een biologische groentemarkt. Als ik daar aankom zie ik ook zoete aardappelen liggen. Wow, dat lijken wel kleine bergen op zich. Ze voelen aan als aarde, ze ruiken ook zo. Een mooi exemplaar gaat gelijk het boodschappenmandje in. De knoflook is té mooi om te laten liggen. Ik verheug me nu al op de geur.

Het velletje papier ligt al klaar. De wortel blijkt niet mooi te ogen als onderdeel van de heuvelruggen, dus snij ik een schijfje af als zon. Wolken vind ik erbij horen. Een sjalotje is vast lekker in de soep.

Ik maak de foto en bereid daarna de groentesoep. Dan heb ik ineens zin om alles te pureren. Een lekkere, dikke, zemige soep.
Deze blijkt zó lekker te zijn dat ik gelijk twee grote kommen ervan eet. Yummy! De rest (zeker nog goed voor 3 kommen) laat ik afkoelen, strooi de rest van de lente-ui eroverheen en bewaar het in een afgesloten bak in de koelkast.

Deze soep ga ik zeker nog vaker maken. Maar dan koop ik wél een volledig metalen staafmixer. Mijn kunststof staafmixer heeft na het pureren door de combinatie van de kleurstoffen en de warmte van de soep een oranje kleur aangenomen. Waarbij ik me dan gelijk afvraag of de soep dan ook een beetje van de kunststof heeft aangenomen. Beter niet riskeren voor een volgende keer als ik iets warm wil pureren.

Morgen maak ik een danseres. Eens kijken wat dat voor recept oplevert.

Recept: (4-6 personen)

Soep: 2 middelgrote winterpenen, 1 kleine courgette, 1 kleine broccoli, 1 grote zoete aardappel, 1 grote sjalot, 3 teentjes knoflook, gladde peterselie. Groenten in blokken, de sjalot in plakken, de knoflooktenen heel.
Alles in 1,5 liter bospaddenstoelenbouillon, in fases, harde groenten eerst.

Als de groente beetgaar is, alles zo in de pan pureren met staafmixer, afmaken met vers gesneden lente-ui naar smaak.