Licht

licht.jpg

18 december 2015

Zo’n twee jaar geleden zat ik op een terras met bewogen stemverheffing af te geven op diegenen in wie ik op dat moment de personificatie van het kwaad in één van de vele door ellende geteisterde uithoeken van de wereld zag. Toen ik klaar was met mijn relaas werd me met een goedbedoeld,  maar voor mij op dat moment nogal onaangenaam voelend,  schouderklopje halfdronken toegemompeld: “maak je toch niet zo druk. Relax!”

Dat was genoeg. Ik barstte in tranen uit en beet terug: “maak je toch niet zo druk? Maak je toch niet zo druk? Jezus, juist omdat NIEMAND zich nog ook maar ergens druk over maakt behalve zijn eigen kleine wereldje verandert er verdomme geen ruk in deze wereld!”
Na de nodige teneergeslagen blikken en pijnlijke stiltes zei iemand: “ja maar, je kunt het zélf toch niet oplossen, wat dáár gebeurt?”
“Daarom juist” snikte ik, zweeg daarna nog een tijdje en ging enigszins verontwaardigd naar huis

Natuurlijk begreep ik, eenmaal thuis, nadat ik wat theelichtjes had aangestoken en mijn kopje troostthee had gedronken dat men niet zat te wachten op mijn relaas. Men was gezellig uitgegaan voor de nodige ontspanning en daar was ik ineens met mijn wereldproblemen. Lekker dan.
Ik probeerde dit voorval met de bijbehorende schuldgevoelens zo snel mogelijk te vergeten.

Maar het liet zich niet vergeten en bleef maar knagen. Elk Facebook bericht dat ik plaatste, over welke oorlog of andere misstanden dan ook, maakte een schuldgevoel in me los. Het gevoel mensen lastig te vallen. Dat gevoel werd nog versterkt doordat mensen telkens maar bleven zeggen dat ze Facebook, Twitter, het nieuws, de krant, weet ik wat, soms tijdelijk uitzetten omdat ze even niet meer tegen “al die ellende” konden. Ik begon dingen te doseren. Bewuster leuke berichtjes, humor en neutrale wetenswaardigheden af te wisselen met ellendige berichten. Om er maar zeker van te zijn dat ik mijn bereik zou blijven behouden.

Vanochtend, toen ik in de zachte armen van mijn doodzieke vriend wakker lag te worden, daagde me iets. Hier lag hij vredig en in goede doen, want hij was weer bijgekomen van de laatste behandeling en had nog eventjes voordat hij de volgende moest ondergaan. Met zijn angsten, zijn gekwelde lijf, zijn onzekere toekomst gaf hij mij één van zijn mooiste glimlachen terwijl ik bezig was mijn inzicht van die ochtend uit de doeken te doen.

Toch voelde ik me deze keer niet schuldig dat ik zo tegen hem aanpraatte. Ik wist immers dat hij inmiddels kon weten wat hij aan me heeft, dat ik álles wat ik maar kán doen om het makkelijker voor hem te maken ook zál doen, ondanks het feit dat mijn hoofd ook druk is met andere dingen ver weg van hier. Dat het feit dat ik over werelddingen raas niet betekent dat ik hém niet zie. Dat ik de kleine dingen in het leven waardeer en de mooie dingen in deze wereld nét zo waarneem als ik alle ellende kan zien. Mooie dingen die me sterken en nieuwe energie geven om de minder mooie dingen aan te kunnen.
En tóch wilde ik me verantwoorden, omdat hij ondanks zijn eigen harde werkelijkheid naar mijn ver-weg dingen luisterde en ik de behoefte had hem te vertellen waaróm ik het zo waardeer dat hij luistert, zéker in zijn situatie, wat me nog meer van hem doet houden dan ik al deed.

Ik vertelde hem dus waaróm die episode op dat terras me niet losliet.
Ik kán niet wegkijken en ik kán het niet laten om anderen proberen ertoe te bewegen óók niet weg te kijken. Ik realiseer me dat ik zo goed als niets doe om het lijden van anderen in deze wereld te stoppen. Ik voel me daar dagelijks schuldig, machteloos, egoïstisch door. Maar is dat een reden om dan maar mijn ogen te sluiten en het los te laten? Nee.

Misschien is het wel nódig dat we uiteindelijk door te blíjven zíen wat er gebeurt zó gefrustreerd en boos en verongelijkt worden dat we niet anders kúnnen dan in actie te komen. Revoluties gebeuren dáár waar mensen eenvoudigweg niet de luxe hebben om wég te kijken. Waar ze dagelijks met de neus op zulke keiharde feiten worden gedrukt dat ze niet anders kúnnen dan actief in opstand te komen.

Wegkijken voelt voor mij als een vorm van verraad. Alsof ik me omdraai als ik iemand zie verdrinken omdat ik hem om welke reden dan ook tóch niet kan helpen en het daarom ook maar laat om te roepen dat iemand uit het water gevist moet worden. Als ik wegkijk erkén ik niet eens dat de drenkeling aan het verdrinken is. Niet wegkijken is tóch het aller, allerminste dat ik kan geven? Erkenning door het openbaren van andermans leed?

Waar onze kerstlichtjes vredig branden, brandt het elders in de wereld anders. Naast jouw en mijn voordeur, maar ook verder weg. Dat willen blijven zien, de werkelijkheid van andermans leven bewust blijven zien, met de nodige emoties, dat is het kleinste cadeau dat je je medemens kunt geven. Licht. Op álles. Op liefde en dus ook op andermans leed.

RECEPT
Volgt. Ik vond de boodschap belangrijker.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s